zondag 12 mei 2019

Dag 12 (Torino)

Torino
Een wonderbaarlijke ontmoeting vanmorgen tijdens het ontbijt in hotel Roma. ‘Ontmoeting’ mag het eigenlijk niet heten, maar bijzonder was het wel: ik heb enkele woorden met Ilja Pfeijffer mogen wisselen! Ik zeg ‘mogen’, want hij had er duidelijk geen zin in, zoals hij in Gran Hotel Europa al had laten weten.
Ik was nog de enige overgebleven ontbijtgast en zat met een koffie na te genieten op het terras toen hij naar buiten kwam, in gezelschap van een dame.
“Neem mij niet kwalijk, maar ik vergis me toch niet dat jij Ilja Pfeiffer bent..?”







Hij aarzelde even en zei toen vriendelijk, terwijl hij doorliep: “Zeker niet!”
“Als toerist?”, flapte ik er zomaar uit.
Hij was mijn tafeltje al voorbij, maar draaide glimlachend zijn hoofd naar me om. Ik nam mij voor hen met rust te laten, maar kon het even later toch niet laten om te zeggen dat ik het wel heel bijzonder vond om hem hier stomtoevallig in een hotel in Turijn tegen te komen. Er ontstond een kort gesprekje over hoe anders Turijn is dan Venetië of Genua. “Gelukkig maar”, sloot hij min of meer af en liet er op volgen dat hij het leuk vond me ontmoet te hebben.
Ik ben naar mijn kamer gegaan en zit nu geheel op z’n Ilja’s in de open balkondeur dit stukje te schrijven.



Wat er dan zo bijzonder is aan Turijn, is dat het vooral aan de macht en rijkdom van het Huis van Savoye te danken is dat de plattegrond van de stad het resultaat is van een lang en consequent volgehouden 'plan', dat voortborduurde op het grid van de Romeinse nederzetting. Vanaf de 17e eeuw is er gebouwd op een rechthoekig stratenpatroon. Daarbij is op belangrijke plekken van het grid afgeweken met pleinen, diagonale en bredere straten. Die brede Corso’s verbinden de belangrijkste pleinen met elkaar, zoals het Piazza Castello, het Piazza San Carlo en het intens grote Piazza Vittorio Veneto. Het is daardoor tamelijk gemakkelijk je in het centrum te oriënteren. Maar vergis je als wandelaar niet in de afstanden!

Het bijzondere is verder, dat de bouwblokken veelal door arcades met elkaar zijn verbonden (in totaal 18 kilometer), terwijl gebouwen uit verschillende stijlperioden, Barok en Art-nouveaux, zich goed verhouden tot die uit de neo-klassieke negentiende eeuw. Dat maakt het centrum tot een absolute eenheid. Onder de bogen is van alles te beleven, mede door de honderden cafés, restaurantjes en galerieën.
Matthijs de Boer heeft over het grid en de arcades van Turijn een interessant artikel geschreven: ‘Een Rotterdammer in Turijn’, de Architect, 30 okt 2014, te vinden op internet.









Niet heel het centrum van Turijn is volgens het rationele grid ingericht. In de buurt van de kathedraal San Giovanni Battista is een middeleeuws stukje met nauwe straatjes herkenbaar, waar zich tal van restaurantjes, winkeltjes en galerieën bevinden.




Cattedrale di San Giovanni Battista




Gisteravond nog, heb ik te voet een rondgang door de stad gemaakt. Naar het extreem klassieke en geheel in stijl maar sfeervolle Piazza San Carlo, vervolgens via het Piazza Castello en de Via Po (met 1250 meter arcade aan weerszijden) het Piazza Vittorio Veneto (360 x 111 meter) gelopen, dat aan drie zijden omgeven is door paleisachtige bouwblokken, die ook weer met arcades zijn verbonden. De vierde zijde opent zich naar de Po, waardoor het plein lijkt te reiken tot de Chiesa Gran Madre di Dio, die aan de overkant van de brede rivier staat.

Piazza Vittorio Veneto (foto internet)











Ik ben bekaf, maar loop maar door, meegezogen in de turbulentie van de stad. Dat is geen gemeenplaats; het duizelt me van de energie die de vooral jonge mensen tentoonspreiden. Ik geniet er enorm van, maar het maakt me ook melancholiek. Hier ben ik geen echt onderdeel meer van. Hier ben ik te oud voor, voel me op z’n minst een toeschouwer, een toerist. Zij zijn mensen uit Turijn en omstreken, die op zaterdagavond de bloemetjes buiten komen zetten en geen weet hebben van stadsgrid en neo-klassiek.

Piazza San Carlo





Piazza Vittorio Veneto, gisteravond




Vandaag een ‘luie’ dag. Ik zit in het open raam mijn blog bij te werken en kuier dan wat door de buurt. Om de hoek loopt de Corso Vittorio Emanuele II die ook voor een groot deel geflankeerd wordt door arcades. Op een terrasje onder de arcade neem ik een cappuccino, dan ook een belegde sandwich met een witte wijn en cafè toe. Ik heb het gevoel dat ik mijn eigen werkelijkheid creëer.

Ik kijk uit op het station Porta Nuova uit 1868, de tijd dat stations de nieuwe kathedralen waren en evenals theaters grandeur moesten uitstralen. Het nieuwe nieuwe station Torino Porta Susa, uit 2013 (de tijd van de hogesnelheidstrein) vind ik in dat licht minstens zo interessant. Het ligt even verderop.
Ook deze stad heeft meer te bieden dan ik in één dag kan beleven. Je zou er een boek over kunnen schrijven..




Geen opmerkingen:

Een reactie posten