donderdag 16 mei 2019

Dag 16 (Parma)

De reden dat ik gisteren en eergisteren in het spoor van Emo de halve Povlakte tegen de oostenwind heb moeten opbeuken, is dat hij de Rijksappel zou afleveren bij de Tempeliers in Pavia. Pavia ligt een stuk oostelijker dan nodig  voor de kortste weg naar Rome. Opdat ik mij maar een beetje kan inleven in de ontberingen van Emo en Hinrik!
Het bleek een nodeloze omweg, doordat degene aan wie hij het uiterst belangrijke en geheime voorwerp moet overhandigen een week eerder was vertrokken.


Parma
Het is prachtig weer. Het is weliswaar nog koud maar het belooft een mooie dag te worden. Ik heb vanmorgen bij het ontbijt besloten een dag langer in Parma te blijven, om een indruk van deze stad te krijgen en wat rust te nemen voor contemplatie.


Parma, Piazza del Duomo



Vanuit een zekere routine, opgedaan op deze reis, wandel ik naar het allermooiste voorbeeld van lombardijns-romaanse bouwstijl dat uit de literatuur bekend is: het complex van Dom, Compagnie en Baptisterium aan het Piazza del Duomo (Romaanse kunst, Könemann).

De dom (uit de 11e eeuw) is één van de belangrijkste romaanse kathedralen in Italië, vanwege de klassiek evenwichtige gevel, het verfijnde interieur en de koepel met fresco’s van de in Parma geboren schilder Correggio.
De achthoekige Battistero uit 1196 is ontworpen door de meest briljante beeldhouwer en architect van de Middeleeuwen Benedetto Antelami.



Ik ben erg gecharmeerd van het Piazza del Duomo als geheel, en als stedelijke ruimte. Het is niet bepaald een gezellig plein, heel ingetogen, een beetje streng zelfs met die vlakke muren en zuivere ronde bogen. Wat me in Pavia al opviel als kennelijk regionaal fenomeen, is de traditionele bestrating van die ronde keitjes en ook hier bevordert dat de eenheid van het plein en de samenhang van de gebouwen.
Ondanks de bekendheid in de vakwereld is het ook hier eigenlijk een dooie boel, maar wat prachtig!
Een beetje gezelligheid vind ik echter vlak om de hoek bij het hotel in de Strada di Garibale. Die centrale noord-zuidas vormt samen met de Strada G. Mazzine een assenkruis en is het levendige hart van de stad. (Helaas geen foto) 


Voor museumbezoek heb ik vandaag ruimschoots tijd genomen. Ten eerste het Palazzo della Pilotta (National Gallery), met werken van Leonardo da Vinci, Correggio en Tintoretto. In het oorspronkelijke paleis van de hertogen van Parma bevindt zich ook het beroemde Teatro Farnese, dat geheel van hout is gemaakt. Het is rond 1583 gebouwd in opdracht van Hertog Ottavio Farnese. In 1944 is het geheel verwoest, maar in 1956 weer volgens het oorspronkelijke ontwerp opgebouwd. Ik heb m’n ogen uitgekeken.





Boven: National Gallery
Onder: Teatro Farnese


Nog meer onder de indruk was ik van de Biblioteca
van de hertogen van Parma, die ook in het complex is 
opgenomen. Bij het nemen van foto’s heb ik speciaal aan mijn literaire vrienden gedacht.
Het geheel staat via de Corridore en de Ponte Chiuseppe Verdi over de rivier de Parma in verbinding met het nieuwere Palazzo Ducale, dat weelderig gelegen is in het uitgestrekte Parco Ducale.


Biblioteca van de hertogen van Parma





Palazzo della Pilotta, Corridore en de Ponte Chiuseppe Verdi

Nuovo Palazzo Ducale






 
Even buiten het centrum is het Auditorium Paganini, dat gevestigd is in een oude suikerfabriek, en verbouwd is door architect Renzo Piano. Een beetje moderniteit in deze stad vol oudheden is een verademing. Hoewel er een concert gaande is mag ik stilletjes vanuit de enorme hal door de glazen deuren van het auditorium foto’s maken.

Het weer is aanzienlijk opgeknapt en ik heb nog heerlijk in het park rondgehangen en door het centrum gezworven, langs het operahuis Teatro Regio, nog wat detailfoto’s van de kathedraal gemaakt (dat ik werkelijk een prachtig bouwwerk vind), een terrasje aangedaan en tenslotte de beroemde Parmezaanse keuken eer aan gedaan.

Morgen weer gewoon lekker fietsen: de Apennijnen over.









Geen opmerkingen:

Een reactie posten